Anicca
Het is kwart over twee.
Ik lig op mijn rug en wacht. Niet op slaap. Op het moment dat het begint. Achter de kuit, altijd achterop de kuit. Een prikkel. Dan een beweging. Mijn hand gaat ernaartoe zonder dat ik het beslis.
Dan trekt het verder.
Naar de knieholte. Mijn dij. Rug. Alsof iets mijn lijf methodisch in kaart brengt en nergens tevreden mee is. Mijn nagels volgen. Ze halen de jeuk niet bij.
Ik ben bij de huisarts geweest. Bij een dermatoloog. Niemand weet waar het vandaan komt. Uit de allergietest blijkt dat ik niet tegen goud, haarverf en rubber kan. Ik heb geen goud. En onvoldoende haar voor verf. En rubber op mijn huid was lang geleden.
Mijn huid is als kippenvel. Er zijn zalfjes. Geen doet iets, behalve een vettige substantie achterlaten. Er zijn mensen met tips. Veel tips: havermout in een katoenen zakje. Een bad van zemelen. Lavendel. Koud water. Minder alcohol. Meer bewegen. Ik begrijp dat ze willen helpen.
Het helpt niet.
Ik rol op mijn zij. Mijn nagels vinden de plek tussen mijn schouderbladen die ik net niet kan bereiken. Even. Dan schuift de jeuk door. Als een mierenkolonie marcherend achter een spoor van feromonen.

Nu ook op mijn hoofd. Ik weet niet of dat erbij hoort of dat ik het zelf veroorzaak. Een ander zien krabben, leidt tot krabben. Geldt dat ook als jezelf niet kunt stoppen?
Het laken is koel aan de onderkant. Ik draai me op mijn rug.
Ik adem uit.
Anicca.
Ik leerde dat woord tijdens een Vipassana-retraite. Tien dagen stilte. Niet spreken. Opstaan om half vijf. Zitten. Mediteren. Voelen. Niet reageren op wat er in je lichaam gebeurt, alleen waarnemen. Jeuk is een sensatie, zei de leraar. Pijn is een sensatie. Benoem het niet als vijand. Observeer, laat gaan, en het lost op.
Ik herhaal het. Nog eens. En nog eens.
Anicca werkte. Tijdens de retraite. De jeuk verdween, soms al na een minuut. Ik was er verbaasd over. Ik dacht: ik heb iets geleerd.
Anicca. Anicca. Anicca.
De mieren marcheren door.
Geef een reactie